Op 13 augustus 2026 verscheen in het Belgisch Staatsblad het decreet van 10 juli 2026 dat onder meer de herziene Europese Richtlijn Industriële Emissies (RIE) gedeeltelijk omzet. Het decreet wijzigt het DABM en het Omgevingsvergunningendecreet. Voor medewerkers van een dienst Omgeving zijn vooral de wijzigingen rond de milieucoördinator, het milieubeheersysteem en industriële inrichtingen relevant.
Milieucoördinator: nieuwe mogelijkheid voor de vergunningverlener
Voor inrichtingen van de eerste klasse blijft een milieucoördinator in principe verplicht. Daarnaast kan de Vlaamse Regering bepalen voor welke inrichtingen van de tweede klasse die verplichting geldt.
Nieuw is dat ook de vergunningverlenende overheid bij andere ingedeelde inrichtingen of activiteiten een milieucoördinator kan opleggen wanneer de aard van de activiteit, de milieueffecten of de milieuaspecten dat verantwoorden. De vergunningverlener bepaalt daarbij ook het vereiste niveau van de milieucoördinator.
Voor een dienst Omgeving betekent dit een bijkomend aandachtspunt bij de beoordeling van bepaalde vergunningsaanvragen. Interne afspraken over wanneer zo'n milieucoördinator aangewezen is, kunnen een consistente beoordeling ondersteunen.
Milieubeheersysteem krijgt een grotere rol
Het decreet verankert ook het milieubeheersysteem steviger in het DABM. Zo'n systeem omvat onder meer de organisatie, procedures en middelen waarmee een bedrijf zijn milieubeleid uitvoert en zijn milieuaspecten beheert.
Welke inrichtingen verplicht over een milieubeheersysteem moeten beschikken en wanneer een audit, verificatie of certificatie nodig is, moet de Vlaamse Regering verder bepalen.
De concrete gevolgen voor de dagelijkse dossierbehandeling zullen dus pas volledig duidelijk zijn na de definitieve goedkeuring van het bijbehorende uitvoeringsbesluit.
Vooral relevant bij industriële dossiers
De hervorming kadert voor een belangrijk deel in de herziene Richtlijn Industriële Emissies. Die legt meer nadruk op onder meer emissiereductie, efficiënt gebruik van water, energie en grondstoffen, circulaire economie en de verduurzaming van industriële activiteiten.
Voor diensten Omgeving met GPBV-installaties en andere grotere industriële inrichtingen op hun grondgebied verdient de wijziging daarom bijzondere aandacht. Bij dergelijke dossiers kunnen de nieuwe regels sterker doorwerken in vergunningverlening, advisering en toezicht.
Wat kan je als dienst Omgeving nu al doen?
Een grootschalige aanpassing van de werking is vandaag nog voorbarig. Wel is het nuttig om:
-
na te gaan welke klasse 1- en GPBV-inrichtingen op het grondgebied aanwezig zijn;
-
de verdere wijzigingen aan VLAREM II, VLAREM III en VLAREL op te volgen;
-
na de definitieve regelgeving bestaande checklists, standaardvoorwaarden en toezichtfiches te evalueren;
-
medewerkers die industriële milieudossiers behandelen gericht te informeren.
Belangrijk: het decreet bepaalt dat de wijzigingen in werking treden op een datum die de Vlaamse Regering vastlegt, uiterlijk op 1 januari 2027. Het parallelle wijzigingsbesluit is op dit moment nog niet definitief goedgekeurd. Dat besluit bevat een belangrijk deel van de concrete uitvoeringsregels.
Kortom: voor de meeste diensten Omgeving gaat het in eerste instantie om een gerichte kennis- en procesupdate. Voor diensten met grotere industriële of GPBV-inrichtingen kan de inhoudelijke impact op vergunningverlening en toezicht duidelijk groter zijn.